Personenbelasting
Een complete, doorzochte samenvatting voor het examen — gestructureerd per topic, met alle examenpunten uitgelicht en formules visueel uitgewerkt.
⚠ Een eerlijke disclaimer — lees even (1 min)
Deze samenvatting is gemaakt op basis van de lesopnames van de leerkracht en aangevuld met info uit het handboek Praktisch Personenbelasting 2025 (S. Hugelier, Van In). De documenten zijn de hoofdbron — het boek is voornamelijk extra context.
Normaal zou alles correct moeten zijn, maar ik heb het niet persoonlijk woord-voor-woord gecontroleerd. PB-fiscaliteit is complex en jaarlijks gewijzigd — als je een fout vermoedt: check altijd het officiële handboek, de aangifte of de indextabel.
De calculators zijn handige hulpmiddelen om je oefeningen te checken, maar PB-formules hebben veel uitzonderingen en grensgevallen. Voor het examen blijft de methodologie belangrijker dan een snelle tool. Gebruik ze om je antwoorden te verifiëren, niet als ultiem bewijs.
Privacy: deze site gebruikt anonieme bezoekersstatistieken (Vercel Analytics, geen cookies, geen tracking over websites) zodat ik weet welke onderdelen mensen nuttig vinden. Eventueel session-replays (Hotjar) om de UX te verbeteren — geen persoonsgegevens. Geen advertenties, geen verkoop aan derden.
Vragen, fouten gespot of suggesties? Mail naar info@emieldewaele.com — ik fix het meteen. Succes met studeren.
📚 Op zoek naar andere samenvattingen?
Ik werk meerdere vakken uit in dezelfde stijl voor het Graduaat Accounting Administration (HoGent). Compleet, doorzochte, met examen-pack en oefeningen.
Vennootschapsrecht ↗ WVV · BV / NV / CV / VOF / maatschap · vergelijkende tabel · flashcardsWil je dat ik nog een vak voor jou uitwerk? Mail info@emieldewaele.com.
De volledige samenvatting — alle 15 hoofdstukken
Gratis: hoofdstuk 1 t/m 5 + documenten van de eerste 3 hoofdstukken.
Pack: alle hoofdstukken + alle cursusdocumenten + uitgebreide flashcards. Eenmalig €9,99.
Inkomsten van de overheid
De overheid haalt haar inkomsten uit fiscale inkomsten, opgesplitst in twee grote categorieën. Dit hoofdstuk legt het kader uit waarbinnen de personenbelasting bestaat.
Directe belastingen
Belastingen op basis van het verwerven van inkomen. Er zijn 4 soorten:
| Type | Wie? |
|---|---|
| Personenbelasting | Natuurlijke personen — focus van dit vak |
| Vennootschapsbelasting | Vennootschappen |
| Rechtspersonenbelasting | VZW's, stichtingen, … |
| Belasting niet-inwoners | Niet-Belgische ingezetenen met inkomen in BE |
Indirecte belastingen
- BTW — verbruiksbelasting op goederen/diensten
- Douanerechten — invoer van goederen
- Accijnzen — verbruiksbelasting op specifieke goederen (alcohol, tabak, brandstof)
- Registratierechten — belasting n.a.v. een akte of geschrift
- Successierechten — belasting op de overdracht van vermogen bij overlijden
De bedrijfsvoorheffing die je betaalt tijdens het inkomstenjaar wordt pas afgetrokken op het moment van het aanslagbiljet. De belasting wordt eerst berekend op je totale ontvangen inkomen, en pas op het einde wordt de bedrijfsvoorheffing afgetrokken.
Structuur van de aangifte — twee delen
De aangifte personenbelasting is opgesplitst in twee delen:
Deel 1
Vakken I tem XIV — persoonlijke gegevens, inkomsten als werknemer/pensioen, onroerende inkomsten, roerende inkomsten, belastingverminderingen, woningfiscaliteit, ...
Deel 2
Vakken XV tem XXIII — diverse inkomsten, bezoldigingen bedrijfsleiders, winsten, baten, ... (voor wie zelfstandig is of een meer complexe situatie heeft)
Je kan via Tax-on-web Training (FOD Financiën) gratis oefenen om een aangifte digitaal in te vullen — handig voor het examen.
Indexatietabel
De fiscale bedragen (BVS, grensbedragen NBM, plafonds woonbonus, ...) worden jaarlijks geïndexeerd. Tijdens het examen werk je met de indextabel (Lieven Van Belleghem) — die staat ook in de documentenbibliotheek (indextabel AJ 2025–2026). Cruciaal om altijd de juiste kolom (AJ) te gebruiken!
GBI — Gezamenlijk Belastbaar Inkomen
De vier inkomstencategorieën in de aangifte
- Beroepsinkomsten — bv. €20K – forfaitaire kosten = belastbaar inkomen
- Onroerende inkomsten — uit vastgoed
- Roerende inkomsten — uit kapitaal (intresten, dividenden, …)
- Diverse inkomsten — alles wat niet in de andere drie past
Het Gezamenlijk Belastbaar Inkomen is de som van deze 4 soorten inkomsten. Het slaat NIET op man en vrouw samen — het slaat op de som van de inkomstencategorieën.
GBI = het bedrag waarop de personenbelasting effectief berekend wordt.
Bruto · Netto · Belastbaar
In de fiscaliteit is het verschil tussen bruto en netto altijd de aftrek van de kosten:
Werkstroom
- We starten met het aangifteformulier
- Daarna gaan we naar het aanslagbiljet waarin het belastbaar inkomen berekend wordt
- Pas dan kunnen we de personenbelasting berekenen
BVS & belastingskrediet
De Belastingvrije Som
Op de eerste €10.570 betaal je géén belastingen. Dit is het basisbedrag van de BVS.
Het kadastraal inkomen (KI) van de woning waar je zelf in woont MOET JE NIET AANGEVEN. Het aanslagbiljet ontvang je al tíjdens het inkomensjaar.
Werkelijk alleenstaand vs. alleenstaand
Werkelijk alleenstaand
Er woont niemand anders bij jou in huis.
Alleenstaand
Er woont een partner in je huis, maar die woont fiscaal ergens anders gedomicilieerd.
Het is de wijkagent die dit controleert. Zelfs als iemand op een andere plaats gedomicilieerd staat maar feitelijk bij jou woont, ben je geen werkelijk alleenstaande.
Terugbetaalbaar belastingskrediet wegens kinderlast
Vanaf aanslagjaar 2025: €550 per kind.
Mensen met een laag inkomen maar een grote belastingvrije som (door veel kinderen) kunnen een terugbetaalbaar belastingskrediet genieten.
Belangrijk: je gaat nooit onder €0 met je belastingen. Op de afrekening wordt dat op 0 gezet, zelfs als je theoretisch in het min zou gaan. Het terugbetaalbaar krediet is dus de uitzondering die je dat saldo wél uitbetaalt.
Gezinssituatie & ten laste
Peildatum: men kijkt altijd naar de toestand van het gezin op 1 januari van het aanslagjaar. In de personenbelasting telt de gezinstoestand op 1/1 van dat aanslagjaar — dat is wat je invult.
Aangifte invullen — basisregels
- De oudste partner vul je in het linkervak in
- Trouwen met iemand met minder dan €3.980 inkomen → verhoging BVS
- Het jaar dat je huwt = nog afzonderlijk aangifte. Pas vanaf 1/1 van het volgende AJ tellen jullie samen.
Uit de echt gescheiden
Als de scheiding zich heeft voorgedaan tijdens het inkomstenjaar mag je onmiddellijk afzonderlijk aangifte doen — vanaf het moment dat de rechter heeft uitgesproken dat je gescheiden bent. De staat zal het voor jou samenvoegen waar nodig.
Handicap
Heb jij (de persoon die de aangifte invult) een zware handicap? Dat hangt af van het aantal punten gehandicaptheid. Vanaf >66% mag je dat aanduiden in je aangifte.
| Aanslagjaar | Verhoging BVS bij eigen handicap |
|---|---|
| AJ 2025 | €1.920 |
| AJ 2026 | €1.980 |
Kinderen ten laste — boek p. 61
Wie kan er ten laste zijn? Belangrijke examenmaterie.
- Overleden ascendent (opa/oma): mag ten laste blijven als die tot zijn overlijden ten laste was.
- Doodgeboren kindje: mag voor dat jaar wél ten laste zijn.
- Andere personen ten laste: mogen niet meer dan €3.980 verdienen, anders zijn ze niet ten laste.
Verhogingen BVS
- Kindje jonger dan 3 jaar → verhoging BVS
- Mantelzorg (vanaf AJ 2022) → extra BVS van €5.770 voor zorgbehoevende personen. Zorgen voor iemand die NIET zorgbehoevend is, geeft geen verhoging meer.
Afzonderlijk of gezamenlijk? — concrete scenario's
De vraag "afzonderlijk vs. gezamenlijk" duikt op in elke oefening. Onthoud de logica per gebeurtenis (gebaseerd op de toepassingsoefeningen van de leerkracht):
| Gebeurtenis in het inkomstenjaar | Aangifte dat jaar |
|---|---|
| Jaar van wettelijk samenwonen | Afzonderlijk (pas gezamenlijk vanaf jaar erná) |
| Jaar van huwelijk (zonder eerdere wett. samenwoning) | Afzonderlijk (pas gezamenlijk vanaf jaar erná) |
| Huwelijk wanneer al wettelijk samenwonend | Wijzigt niets — gewoon gezamenlijk doorgaan |
| Jaar van echtscheidingsvonnis | Afzonderlijk (onmiddellijk) |
| Feitelijke scheiding | Het jaar zelf nog gezamenlijk; vanaf jaar erná afzonderlijk |
| Overlijden partner (al ooit gezamenlijke aangifte gedaan) | Keuze: laatste maal gezamenlijk OF meteen afzonderlijk |
| Overlijden in het jaar van wett. samenwoning (nooit gezamenlijk geweest) | Verplicht afzonderlijk (geen keuze) |
Geheugentruc: wettelijk samenwonen of huwen begint pas te tellen vanaf het jaar erná. Een echtscheidingsvonnis trekt je onmiddellijk in afzonderlijk. Bij overlijden krijg je een keuze — behalve als jullie nog nooit een gezamenlijke aangifte hebben ingediend.
Co-ouderschap
Voorwaarde: de ouders moeten met elkaar overeenkomen en de gezinslast verdelen onder elkaar. Zie boek p. 67.
Fiscaal co-ouderschap (art. 132 bis WIB '92) — boek p.99
Drie voorwaarden om in aanmerking te komen:
- De ouders oefenen samen het ouderlijk gezag uit (onderhoudsplicht) en behoren niet meer tot hetzelfde gezin
- De huisvesting van het kind is gelijk verdeeld over beide ouders
- Er is een geregistreerde of rechterlijke beslissing
De verhoging BVS (ook die voor kind <3 jaar) wordt in twee gehakt: 50% naar elke ouder.
Berekeningsmethode
- Bereken de BVS voor de gemeenschappelijke kinderen bij elke BP, eventueel rekening houdend met andere kinderen in het gezin
- Trek 50% van de BVS voor de kinderen in co-ouderschap af bij de ouder waar ze fiscaal gedomicilieerd zijn → die helft gaat naar de andere ouder
Voor dezelfde periode is een combinatie van fiscaal co-ouderschap met aftrek van betaalde onderhoudsuitkering niet mogelijk. Binnen één jaar wel, mits voor niet-overlappende periodes.
NBM — Netto Bestaansmiddelen
Een van de belangrijkste hoofdstukken voor het examen.
NBM dient enkel om te kijken of iemand ten laste is. Heeft niets te maken met netto-inkomen.
Voor kotstudenten wordt apart berekend wat NBM is — speciale regels.
Voorbeeldoefening NBM — kotstudent (oef. leerkracht, AJ 2025)
19-jarige kotstudent, alleenstaande moeder. Inkomsten dit jaar:
- Onderhoudsgeld vader: €500/maand = €6.000
- Vakantiewerk: €7.000
- Kindergeld: €320/maand = €3.840 → altijd vrijgesteld, telt niet mee in NBM
| Onderhoudsgeld | Vakantiewerk | |
|---|---|---|
| Bruto-ontvangsten | 6.000 | 7.000 |
| Vrijstelling | −3.980 | −3.310 |
| Brutobedrag | 2.020 | 3.690 |
| Forfaitaire kosten (20%) | −404 | −738 |
| NBM | 1.616 | 2.952 |
Totaal NBM = 1.616 + 2.952 = €4.568 < grens kotstudent bij alleenstaande ouder €7.290 (AJ 2025) → kind blijft ten laste.
Werkelijk alleenstaand — verfijnd
Zelfs als iemand op een ander adres gedomicilieerd staat maar tóch bij jou woont, kun je alleenstaand zijn. Maar bij werkelijk alleenstaand woont er écht niemand bij jou. Wijkagent controleert.
Bezoldiging werknemer & VAA
Op beroepsinkomsten verworven uit "niet werken" (pensioen, ziekte-uitkering, werkloosheidsuitkering, vergoeding verzekering) mag je GEEN forfaitaire kosten aftrekken.
Forfaitaire vs. bewezen kosten
Bij forfaitaire kosten moet je niets extra invullen op je aangifte — de fiscus doet dit automatisch. Wil je je werkelijke kosten bewijzen, dan moet je dat zelf opnemen.
Aangifte vak IV — Wedden
- Code 250 — bezoldiging
- Vak 14c — code 254 — VAA firmawagen (na vrijstelling)
- Code 1255 — vrijstelling van max €490
- Nummer 7 en nummer 21 zijn de relevante posten
Examenvraag: Zou deze persoon zijn kosten beter wel of niet bewijzen op vlak van terugbetaling woon-werkverkeer?
Treinabonnement
Een treinabonnement kan volledig terugbetaald worden door de werkgever, en de werkgever kan dit ook volledig aftrekken als kost.
Voordelen alle aard (VAA)
Hoe kleeft de fiscus een waarde op een beloning in natura? Heel vaak forfaitair.
- De eigen bijdrage van de werknemer wordt altijd afgetrokken van het voordeel.
- Een firmawagen kost de werkgever extra sociale bijdragen.
Firmawagen — Cataloguswaarde berekenen
+ opties
− korting (enkel voor BTW, niet voor cataloguswaarde zelf)
─────────────
= MvH voor de BTW
Je kan het VAA niet berekenen als je de cataloguswaarde niet hebt (boek p. 186).
met: CO₂% = 5,5% + [0,1% × (CO₂ uitstoot − 18)]
Voorbeeld CO₂%-berekening
Bij CO₂-uitstoot van 115 g/km: 5,5% + [0,1% × (115 − 18)] = 9,2%
Drie behandelingsvarianten VAA
- Het VAA wordt toegevoegd bij het loon (€484 voorbeeld)
- Als het elk jaar herhaalt, gaat het voordeel weg
- Bij eigen bijdrage: VAA min de eigen bijdrage
Gratis elektriciteit ter beschikking
Groot verschil tussen leidinggevend en niet-leidinggevend personeel (p. 182).
Kosten bewijzen & autokosten
Forfait of bewijzen?
Het forfaitaire kostenbedrag bedraagt maximaal €5.750. Je gaat je werkelijke kosten alleen bewijzen als ze hoger zijn dan dit forfait.
Wettelijke basis (artikel 49 WIB): kosten zijn aftrekbaar als ze "gemaakt zijn om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden tijdens het belastbaar tijdperk".
Op de aangifte moet je het wetsartikel vermelden waarop je de aftrek baseert:
- Art. 66, 4° en 5° WIB — woon-werkverkeer
- Art. 66bis WIB — forfait
- Art. 49 WIB — andere beroepsverplaatsingen
Bijzondere posten
- Vervroegd vakantiegeld, achterstallen, opzeggingsvergoedingen → afzonderlijk belast aan een lager tarief (niet bij progressief inkomen optellen)
- Niet-recurrente resultaatgebonden voordelen → vrijstelling tot €4.020 (code 1243)
- Code 1256 — forfait verre verplaatsing — €175 forfaitaire kosten (boek p. 226)
- Vak IV nr. 20 — niet ingehouden persoonlijke sociale bijdragen → enkel voor zelfstandigen in hoofd- en bijberoep
- Loon- en weddetrekkenden mogen tot 15% van hun woning in kosten steken als ze ook thuis werken
Buitenlandse inkomsten — progressievoorbehoud
Buitenlandse inkomsten worden bijgeteld bij je gezamenlijk inkomen. Vrijstelling met progressievoorbehoud betekent: de Belgische staat behoudt zich voor om eerst de progressieve tarieven toe te passen, en pas daarna de verminderingen toe te passen.
Typisch voorbeeld: iemand met een appartement in Spanje.
Autokosten — overzicht
woon-werk: forfait €0,15/km
werk-werk: gramformule (50–100%)
De Gramformule
Enkel voor werk-werk verplaatsingen! Berekent het aftrekpercentage:
- Minimum 50%, maximum 100%
- Wagens aangeschaft vóór 1-1-2018: minimum 75%
- Financieringskosten zijn altijd 100% aftrekbaar (uitzondering)
- Je aftrek mag nooit groter zijn dan je voordeel alle aard
Je mag niet de werkelijke kosten van de wagen combineren met het forfait van €0,15/km. Ofwel bewijst de persoon zijn werkelijke kosten, ofwel kiest hij voor het forfait. (Voorbeeld 3 p. 218)
Examenvraag autokosten zelfstandige
"Hoeveel kan deze belastingplichtige als autokost aftrekken?"
Voorbeeld berekening:
- Privé km — nooit aftrekbaar (6.000 km)
- Woon-werk — 20.000 km × €0,15/km
- Werk-werk — 8.000 km (gramformule)
- Totaal beroep + woon-werk: 34.000 km
- Voor woon-werk mag je intresten aftrekken volgens breuk: 20.000/34.000
Vergeet de breuk niet toe te passen!
Berekening woon-werk km zelf
Forfaitaire beroepskosten
Forfaitair = 30% — alleen op inkomsten waarvoor je hebt gewerkt. Dus niet op werkloosheidsuitkeringen of pensioenen (zie boek p. 224).
Categorie 1 & 2 — herkwalificatie
Twee categorieën bedrijfsleiders
Categorie 1
Mandaat met benoeming, al dan niet verbonden aan een arbeidsovereenkomst.
Wél geviseerd bij herkwalificatie van overdreven huur.
Categorie 2
Zelfstandige directeurs en interne consultants die in een vennootschap hun functie uitoefenen.
Niet geviseerd bij herkwalificatie overdreven huur.
Attractiebeginsel
Alle inkomsten van een bedrijfsleider worden in principe als bedrijfsleidersinkomen beschouwd, zelfs als ze van een andere aard lijken.
VAA voor loon- en weddetrekkenden is identiek aan dat voor bedrijfsleiders (p. 559). Als de vennootschap de sociale bijdragen betaalt, wordt jij daar voor belast (VAA), maar mag je het tegelijk aftrekken.
Geen woon-werkverkeer aftrek voor bedrijfsleiders, maar wél een fietsplan.
Revalorisatiecoëfficiënt & herkwalificatie huur
Wanneer een bedrijfsleider zijn privé-eigendom verhuurt aan zijn eigen vennootschap aan een overdreven huur, wordt het overschot geherkwalificeerd tot beroepsinkomen.
Herkwalificatie is beperkt tot het aantal dagen verhuur. Voorbeeld: boek p. 562.
Afzonderlijk vs. gezamenlijk belast
- Achterstallen → bij bedrijfsleiders niet afzonderlijk belast
- Vervroegd vakantiegeld → afzonderlijk belast
- Opzeggingsvergoedingen → afzonderlijk belast
KI, verhuur & herkwalificatie
Vak II zal je zeer goed moeten kennen!
Aangiftebasis
- Je geeft het NIET-geïndexeerde KI aan in de aangifte
- Huur moet je nooit indexeren — enkel KI's worden geïndexeerd
- Eigen woning moet je niet aangeven (KI niet vermelden) — wel nog altijd OV verschuldigd
- Gedeelte van je woning gebruikt voor eigen beroep → niet belastbaar, maar wél invullen in code 105
- Pro rata temporis per dag bij wijzigingen in de loop van het jaar (boek p.105)
Indexatiecoëfficiënt KI
| Inkomstenjaar | Coëfficiënt | Aanslagjaar |
|---|---|---|
| IJ 2024 | 2,1763 | AJ 2025 |
| IJ 2025 | 2,2446 | AJ 2026 |
Een tweede sleutelgetal is de revaloratiecoëfficiënt: 5,46 voor AJ 2025 (IJ 2023) en 5,63 voor AJ 2026 — die heb je nodig voor kostenforfait en herkwalificatie.
Belangrijkste codes Vak III — overzicht
| Code | Soort onroerend goed |
|---|---|
| 1100 | Eigen woning (vrijgesteld van aangifte sinds IJ 2005) |
| 1105 | Gedeelte eigen woning gebruikt voor eigen beroep |
| 1106 | OG verhuurd aan privépersoon NIET voor beroep, of niet-verhuurd 2de verblijf |
| 1107 | Gronden |
| 1108 | Verhuurd conform pachtwetgeving (loopbaanpacht: enkel OV, niet aangeven) |
| 1109 / 1110 | Verhuurd voor beroepsdoeleinden: gedeelte KI (1109) + brutohuur (1110) |
| 1112 / 1113 | Verhuurd voor land- en tuinbouwdoeleinden (KI + huur) |
| 1114–1116 | Buitenlands KI (zie verder) |
Voorwaarde voor gedeelde KI bij verhuur aan een natuurlijke persoon: er moet een geregistreerd huurcontract zijn. Geen registratie → het volledige KI valt onder de beroepsregeling.
Verdeling KI bij koppels
Wettelijk gehuwd
KI verdeeld 50/50 ongeacht eigendomsaandeel
Wettelijk samenwonend
KI verdeeld op basis van eigendomsaandeel
Huurvoordelen & afgewentelde lasten
Wanneer je bepaalde lasten afwentelt op je huurder (bv. onroerende voorheffing) is dat een belastbaar huurvoordeel. Elektriciteit en verwarming zijn voor de huurder.
Buitenlands onroerend goed (boek p. 131)
Moet je heeeel goed kennen — examenmaterie!
Werkt met progressievoorbehoud (zie hoofdstuk 6).
Gemeubelde verhuur
Speciaal: je moet de netto in de aangifte aangeven.
− 50% kosten
─────────────
= netto roerend, belast aan 30%
Herkwalificatie huurinkomen → beroepsinkomen
Als een bedrijfsleider categorie 1 zijn pand verhuurt aan zijn eigen vennootschap aan een te hoge prijs, wordt het overschot geherkwalificeerd als bezoldiging.
Waarom is dat erg? Het wordt belast aan progressieve tarieven (gezamenlijk inkomen) én sociale bijdragen worden er bovenop geheven (attractiebeginsel) → eigenlijk dubbel belast.
Belangrijk: herkwalificatie geldt NIET voor gronden, enkel voor gebouwen.
revaloratiecoëfficiënt = 5,46 (AJ 2025) of 5,63 (AJ 2026)
alles boven deze grens → Deel II Vak XVI code 1401 (bezoldiging)
Zaakvoerder verhuurt zijn eigen gebouw aan zijn BV. KI = €1.500, jaarlijkse huur = €15.000.
- Plafond OI = 1.500 × 5/3 × 5,46 = €13.650 → Vak III code 1110
- Excedent = 15.000 − 13.650 = €1.350 → Deel II Vak XVI code 1401 (bezoldiging)
Grens 2 = brutohuur × 40%
→ de laagste wordt afgetrokken van de huurontvangsten
brutohuur = huur + afgewentelde lasten
Buitenlands gelegen onroerend goed — Vak III B
- Sinds AJ 2022 moet je voor je buitenlands OG een KI aanvragen. Dat KI geef je aan in Vak III A.
- De vrijstelling vraag je aan in Vak III B (vermeld land, code en bedrag):
- B.1 — land mét dubbelbelastingverdrag → 100% vrijgesteld
- B.2 — land zónder verdrag → 50% vrijgesteld
Progressievoorbehoud
De buitenlandse vrijstelling werkt via progressievoorbehoud: men berekent eerst de belasting op het totale inkomen (incl. buitenlands) aan progressieve tarieven, en trekt daarvan het deel af dat slaat op de vrijgestelde buitenlandse OG (100% of 50%).
Het effect: je buitenlandse inkomen blijft zelf onbelast, maar duwt je Belgisch marginaal tarief omhoog.
Voorbeeld p. 125 — netto belastbaar onroerend inkomen
Wat is de belastbare netto huur? Doe de aangifte en bereken het belastbaar deel. Kostenforfait is altijd het laagste van de 3 grenzen.
Winst eenmanszaak & investeringsaftrek
Vak XVII — Winst
In Vak XVII staat niets in het rood ingevuld: als zelfstandige wordt er niets op voorhand ingevuld, je moet alles zelf doen. Bestemd voor natuurlijke personen die een handels-, nijverheids- of landbouwonderneming uitbaten.
Welke types ondernemingen vallen onder Vak XVII?
- Landbouw (incl. tuinbouw)
- Nijverheid / ambacht (productie of omvorming van stoffen)
- Handel: groot- en kleinhandel, apothekers, tandtechnici, opticiens, verzekeringsmakelaars, vastgoedmakelaars, zelfstandige handelsvertegenwoordigers, bioscoop- en schouwburguitbaters…
- Dienstverlening: transport, hotels, restaurants, kapsalons, wasserijen…
De meeste ondernemingen zijn gemengd. De totale winst wordt als 'winst' belast.
Belastbaar tijdstip — afsluiting boekhouding
De winst is geacht verkregen te zijn op de datum van afsluiting van de boekhouding (art. 205, 1° KB/WIB 1992):
- Boekjaar 1/1/2024 – 31/12/2024 → winst verkregen op 31/12/2024 → IJ 2024 → AJ 2025
- Gebroken boekjaar 1/9/2023 – 31/8/2024 → winst verkregen op 31/8/2024 → IJ 2024 → AJ 2025
Dit verschilt sterk van baten (= ontvangsten-basis) en bezoldigingen (= toekenning-basis).
Code 1600 — winst eenmanszaak
− kostprijs verkochte goederen (KVG)
─────────────
= bedrijfseconomische brutowinst
met: KVG = beginvoorraad
+ aankopen handelsgoederen (na leverancierskortingen)
− onttrekkingen voor privé (excl. BTW, als geen intern stuk)
− eindvoorraad
Beginvoorraad en eindvoorraad zijn in de praktijk het moeilijkste onderdeel.
Andere winstbestanddelen — toevoegen aan brutowinst
- BTW op de privéopnames
- BTW op meeromzet
- Voordelen van alle aard (incl. BTW) verkregen van derden
- Ontvangen huur (van met het beroep gebruikte OG)
- Abnormale of goedgunstige voordelen (art. 26 WIB)
- Ontvangen subsidies
Schema belastbaar inkomen zelfstandige (p. 584)
+ VAA
+ onttrekkingen (handelsgoederen voor privé)
+ regularisatie BTW (van die onttrekkingen)
+ voordelen genoten van derden
− beroepskosten (code 1606 — alle andere)
− bezoldiging meewerkende echtgenoot (8b)
─────────────
= belastbare winst
Belangrijke codes
- Code 1611 — meewerkend echtgenoot
- Code 1606 — alle andere kosten
- Code 1620 — andere beroepskosten
- Code 1614 — investeringsaftrek (vak XVII nr. 15)
- Code 1450 — toekenning meewerkend echtgenoot (vak XX, voor de ontvanger)
Onderscheid 8b vs. 16: meewerkend echtgenoot
8b — Bezoldiging
Echtgenoot die meehelpt en zélf een zelfstandig statuut heeft → wordt apart bezoldigd.
16 — Toekenning
De man kent een fictief loon toe aan zijn vrouw. Een deel van zijn winst overhevelen.
- Enkel wat aantoonbaar is volgens normale maatstaven
- Richtlijn: 30% van de winst (kan ook 10–20%, maar niet meer)
- Mag niet meer verdienen dan €16.950 bij een andere werkgever
- Ontvanger vult in: vak XX, code 1450
Examen: wat moet je doen als er een meewerkend echtgenoot is? Kies je voor bezoldiging (8b) of toekenning (16)?
Voordelen genoten van derden (p. 588)
Vergeet de link met BTW niet! BTW op de meeromzet.
Werknemer krijgt iets van baas
VAA berekend op kostprijs + BTW
Zelfstandige krijgt gratis tv van leverancier
VAA berekend op verkoopprijs + BTW
Investeringsaftrek
Je boekt afschrijvingen → komt in je kosten. Investeringsaftrek is GEEN belastingvermindering! Je vult dit in op de aangifte: vak XVII nr. 15, code 1614.
- Percentage op nieuwe afschrijfbare materiële vaste activa
- In België aangekocht
- Uitsluitend voor beroepsdoeleinden
- Afschrijvingstermijn minimum 3 jaar
- Formulier 276U bijvoegen!
Autokosten zelfstandige (p. 673)
Lichte vrachtwagen: 100% aftrekbaar (geen gramformule!)
Elektrische personenwagen: 100% aftrekbaar
→ telkens ten belope van het beroepsgebruik
Examen — autokosten p. 682
Aankoopkost + bijkomende kost + niet-aftrekbare BTW. Bij 80% beroepsgebruik heb je 30% niet-aftrekbare BTW (50% wel aftrekbaar).
Hybride auto: max 50% aftrekbaar.
Verworpen uitgaven · sociale voordelen vs. VAA
VAA
Aftrekbaar voor de werkgever — belastbaar voor de werknemer
Sociaal voordeel
Andere fiscale behandeling — geen VAA bij werknemer
Eindejaarskortingen via creditnota's
Er moet een fiche opgemaakt worden — diegene die de korting krijgt, zal er toch op belast worden.
Meerwaarde op beroepsactiva (art. 43 WIB)
Wordt belast als beroepsinkomen. Belastbaar bedrag = positief verschil tussen:
− kosten van vervreemding (notaris, makelaar, publiciteit)
─────────────
verminderd met:
aanschaffingswaarde
− voorheen fiscaal aangenomen afschrijvingen
─────────────
= belastbare meerwaarde
Op materiële vaste activa die >5 jaar deel uitmaken van het beroepsvermogen: afzonderlijk belastbaar tegen 16,5% (art. 171, 4° WIB). Daaronder = gewone progressieve tarieven.
Gespreide belasting mogelijk als de meerwaarde wordt geherinvesteerd in nieuwe activa (binnen 3 of 5 jaar, afhankelijk van type) — dan wordt ze gespreid belast over de afschrijvingstermijn.
Beroepsmatig gebruik onroerend goed (art. 37 WIB)
Wanneer een OG voor het beroep gebruikt wordt, wordt het inkomen ervan belast als beroepsinkomen (geen Vak III meer). De OV blijft verschuldigd en is een aftrekbare beroepskost (niet verrekenbaar).
Feiten die wijzen op beroepsmatig gebruik:
- Het OG is geactiveerd in de boekhouding
- De afschrijvingen worden afgetrokken als beroepskosten
- Verbouwingswerken worden als beroepskosten ingebracht
- De OV wordt afgetrokken onder de beroepskosten
Forfaitair gedeelte buitenlandse belasting (FBB) — Vak XIX code 1757
Voor in het buitenland ontvangen intresten en royalty's: het FBB = werkelijk ingehouden bron-belasting (max 15%). Berekening:
× [werkelijke bronbelasting % (max 15%) ÷ (100 − dat %)]
Op te tellen bij geïnd bedrag → belastbaar roerend inkomen
FBB verrekenbaar met PB (enkel met beroepsbelasting), maar niet terugbetaalbaar.
Aangifte: code 1757/2757 in Vak XIX.
Baten — Vak XVIII
Wie valt onder Vak XVIII?
Drie groepen geven hun inkomsten aan in Vak XVIII (Baten):
- Vrije beroepen — personen die hoofdzakelijk daden van intellectuele aard stellen in zelfstandig verband: geneesheren, chirurgen, tandartsen, veeartsen, advocaten, belastingconsulenten, accountants, scheepsexperts, bedrijfsrevisoren, bankrevisoren, architecten, technische adviseurs, kunstschilders, beeldhouwers, schrijvers…
- Ambten of posten — notarissen, gerechtsdeurwaarders, landmeters, leden van wetgevende macht (parlementsleden, provincie- en gemeenteraadsleden, OCMW-raden…)
- Winstgevende bezigheden (niet-koophandel) — verhuring met doorlopende prestaties van gemeubileerde appartementen, uitbating van kampeerterreinen, prestaties als zelfstandig artiest/sporter/opleider/trainer/begeleider…
Vak XVII = handels- en nijverheidswinst (verkoop, productie, koophandel). Vak XVIII = baten, vooral diensten en intellectuele activiteit.
Belastbaar tijdstip: ontvangsten (niet prestaties)
Baten zijn belastbaar in het jaar dat de batenbehaler ze effectief int, ongeacht wanneer de prestatie werd geleverd of de schuldvordering ontstond (art. 27 lid 2, 1° WIB 1992). Dit is een groot verschil met winsten en bezoldigingen die op andere momenten belastbaar zijn.
Drie special cases voor geneesheren:
- Patiënt betaalt rechtstreeks aan dokter → belastbaar in jaar van inning
- Patiënt betaalt aan ziekenhuis → belastbaar op moment dat het ziekenhuis ontvangt, niet wanneer het doorstort
- Via ziekenfonds (derde-betaler) → belastbaar bij ontvangst door dokter
Advocaten: ontvangen provisies die nog niet aangewend zijn, mogen ze (onder voorwaarden van boekhouding) uit hun belastbare ontvangsten houden tot het jaar van aanwending (art. 320 WIB 1992).
Berekening nettobaten — twee paden
De batenbehaler kiest tussen werkelijke beroepskosten bewijzen of het wettelijk kostenforfait gebruiken.
+ achterstallige erelonen (code 1652) — afzonderlijk belast
+ meerwaarden op beroepsactiva (code 1653 / 1654)
+ compensatievergoedingen en premies
─────────────
= totale brutobaten
− sociale bijdragen (code 1656)
− beroepskosten (werkelijk of forfait)
− economische vrijstellingen
− toekenning meewerkende echtgenoot
− beroepsverliezen vorige jaren
= netto baten — opgenomen in GBI
Wettelijk kostenforfait — bedragen AJ 2025
Wie geen werkelijke kosten bewijst, krijgt automatisch het forfait (art. 51 WIB 1992):
| Schijf brutobaten | % |
|---|---|
| 0 – €7.310 | 28,7% |
| €7.310 – €14.520 | 10% |
| €14.520 – €24.160 | 5% |
| Boven €24.160 | 3% |
Plafond AJ 2025: €5.050. Daarboven moet je werkelijke kosten bewijzen om iets meer afgetrokken te krijgen.
Achterstallige erelonen (code 1652) — afzonderlijk belast
Erelonen voor prestaties over meer dan 12 maanden die door toedoen van de overheid in één keer laattijdig worden uitbetaald, krijgen een gunstig tarief:
- Het deel dat overeenstemt met de eerste 12 maanden = gewoon ereloon → code 1650, progressief belast
- Het deel boven 12 maanden = achterstal → code 1652, afzonderlijk belast tegen gemiddelde aanslagvoet (art. 171, 6° WIB 1992) — meestal voordeliger dan progressief
Architect kreeg €30.000 voor 18 maanden werk voor de overheid, te laat uitbetaald:
- Gewoon ereloon: 30.000 × 12/18 = €20.000 (code 1650)
- Achterstallig ereloon: 30.000 × 6/18 = €10.000 (code 1652)
Pro-Deovergoedingen komen ook in aanmerking — die zijn per definitie laattijdig (vergoeding wordt pas na afloop berekend).
Sociale bijdragen (code 1656)
Aftrekbaar:
- Verplichte bijdragen sociaal statuut zelfstandigen
- VAPZ-premies (Vrij Aanvullend Pensioen Zelfstandigen)
- Regularisatiebijdragen voor omzetting studiejaren
NIET aftrekbaar:
- Wettelijke verhogingen op sociale bijdragen (sinds 1/1/2020) — vroeger wel, nu niet meer
- Bijdragen voor vrije aanvullende ziekenfondsdiensten
- Hospitalisatieverzekering
- RIZIV-bijdrage aanvullend pensioen rechtstreeks betaald aan pensioeninstelling
De in 2024 betaalde VAPZ-premie is enkel aftrekbaar in 2024 indien alle wettelijk verschuldigde sociale bijdragen van 2024 ook effectief op 31/12/2024 betaald zijn.
Vestigingspremie huisartsen (code 1655) — 16,5%
Huisartsen die zich vestigen in een zone met huisartsentekort krijgen een eenmalige premie van €20.000 uit het impulsfonds. Belastbaar afzonderlijk aan 16,5% (art. 171, 4° WIB 1992), tenzij globalisatie voordeliger is.
Op het aangifteformulier is voor huisartsen-zelfstandigen geen aparte rubriek voorzien — vermelden onder de algemene rubriek "vergoedingen en premies afzonderlijk belast aan 16,5%".
Bijberoep / student-zelfstandige (code 1668)
Wie zijn baten verkrijgt in bijberoep of als student-zelfstandige moet het bedrag hier herhalen. Dit deel komt namelijk niet in aanmerking voor het belastingkrediet voor lage activiteitsinkomsten (art. 289ter WIB 1992).
Meerwaarden op beroepsactiva (code 1653/1654)
In tegenstelling tot winsten: een batenbehaler is alleen belastbaar op meerwaarden op activa die hij voor het beroep heeft gebruikt (art. 27, lid 1, 3° WIB 1992).
- Kiest hij werkelijke kosten → meerwaarde aangeven na aftrek kosten van vervreemding
- Kiest hij kostenforfait → meerwaarde aangeven vóór aftrek (forfait wordt geacht alles te dekken)
Verschil dat regelmatig wordt geviseerd op examen:
- Bezoldiging meewerkende echtgenoot (Vak XX) → echtgenoot heeft zijn eigen sociaal statuut
- Toekenning meewerkende echtgenoot → fictief loon, max 30% winst van helpende echtgenoot, beperkt
Vak XX — Bezoldiging meewerkende echtgenoten
Boek p. 753 — moet je kunnen! Bezoldiging van meewerkende echtgenoten en wettelijk samenwonende partners.
Vak VI & Vak VIII
Wie vult wat in?
Vak VI — Ontvanger
Wie de onderhoudsuitkering ontvangt vult dat in deel 1, vak VI in.
Wordt belast op 80% van het ontvangen bedrag.
Vak VIII — Betaler
Wie de onderhoudsuitkering betaalt vult dat in vak VIII (boek p. 311).
Kan 80% aftrekken.
Voorwaarden van belastbaarheid
- Onderhoudsplicht moet bestaan
- Mag niet onder hetzelfde dak wonen
- Onderhoudsgelden moeten regelmatig betaald worden
Bij een gerechtelijke beslissing geldt de regelmatigheidsvereiste niet, want tijdig betaald na rechterlijke beslissing.
Code 1192 — gekapitaliseerde uitkeringen
Stel dat je een groot bedrag in 1 keer krijgt → daar kun je een fictief bedrag invullen. Verschil tussen niet-gekapitaliseerde en gekapitaliseerde uitkeringen is belangrijk.
Vak X — verminderingen
Vermindering ≠ aftrekbare besteding
Een vermindering komt op de berekende belasting; een aftrekbare besteding gaat van het belastbaar inkomen af.
Federaal vs. Gewestelijk — overzicht Vak X
Gewestelijk (Vlaanderen) — Vak X.I
- Beschermd erfgoed (X.I.A) — 40%, code 3385
- Wijk-werkcheques (X.I.B) — 20%, code 3363
- Dienstencheques (X.I.C) — 20%, code 3364, gezamenlijke korf met wijk-werkcheques: max €1.790/persoon
- Renovatieovereenkomst (X.I.D) — voor pre-2018 overeenkomsten
- Sociale huurwoningvernieuwing (X.I.E) — voor 2016-2018 werken
Federaal — Vak X.II
- Giften (X.II.A) — 45%
- Kosten kinderopvang (X.II.B) — 45%
- Pensioensparen (X.II.E) — 30%
- Aandelen startende KMO (X.II.G) — 30-45%
- Aandelen groeibedrijven (X.II.H) — 25%
- Laadstation elektr. wagen (X.II.K)
- Lage-energiewoning (X.II.M)
- Elektrische voertuigen (X.II.O)
- Adoptieprocedure (X.II.P)
De gewestelijke vermindering voor dienstencheques + wijk-werkcheques wordt opgeheven vanaf belastbare tijdperken die starten na 31/12/2024 (Vlaams programmadecreet 20/12/2024). AJ 2025 (= IJ 2024) is dus het laatste jaar.
Beschermd onroerend erfgoed (X.I.A) — boek p. 415
- 40% belastingvermindering
- Aangevuld voorwaarden: volle eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachthouder of opstalhouder (NIET blote eigenaar)
- Uitgaven voor werkelijk uitgevoerde beheersmaatregelen, werken of diensten voor behoud/herwaardering
- OG moet voorlopig of definitief beschermd zijn conform Onroerenderfgoeddecreet 12/7/2013
- Voor erfpacht-houders/opstalhouders/vruchtgebruikers: enkel uitgaven die zij werkelijk persoonlijk betaalden
Wijk-werkcheques + dienstencheques (X.I.B + X.I.C) — boek p. 417-420
- 20% vermindering (NIET 30%) op nominale waarde aangekochte cheques in 2024
- Verminderd met cheques die terugbezorgd werden aan de uitgever in 2024
- Gezamenlijk plafond: max €1.790/persoon (AJ 2025) voor wijk-werk + diensten samen
- Geldt per echtgenoot, niet per gezin
- Enkel als de cheques in de privésfeer gebruikt zijn (niet als beroepskost afgetrokken)
- Attest 281.81 bewaren — ter beschikking houden, niet bijvoegen
Kinderoppaskosten (boek p. 428)
Alleen invullen als je niet wil opteren voor de verhoogde BVS bij gezinslasten (code 1038).
- Kinderen ten laste
- Minder dan 14 jaar (21 jaar voor kinderen met zware handicap)
- Attest verplicht
- Beperking aftrek: €16,40 per opvangdag per kind (p. 433)
- Belastingvermindering 45%
- Je moet beroepsinkomsten hebben
- Werkelijk alleenstaande met kinderlast: bijkomende federale belastingvermindering
Giften (boek p. 426)
- Belastingvermindering 45%
- Minimaal €40 aan een erkende instelling
- Bij koppels: verdeling gebeurt proportioneel
Pensioensparen (boek p. 437)
- €1.020 per jaar (eerste regeling — enige die je moet kennen)
- 30% belastingvermindering per persoon
- Tweede regeling (max €1.310, 25% vermindering) bestaat — maar veel minder gebruikt
Aandelen startende KMO (X.II.G) — boek p. 442
- €100.000 per BP per startende KMO, max 30% deelneming
- 30% vermindering (startende KMO) of 45% (microvennootschap)
- Aandelen 48 maanden aanhouden — anders wordt vermindering teruggenomen (proportioneel)
- BP mag in die 48 maanden ook geen functie van bedrijfsleider opnemen, zelfs onbezoldigd
- Uitgesloten: aandelen verworven via "indirecte" weg (vaste vertegenwoordiger van andere vennootschap, etc.)
Lage-energie- / passief- / nulenergiewoning (X.II.M)
Voor woningen waarvoor contractuele verbintenis vóór 1/1/2012 + geldig certificaat:
| Type woning | Vermindering AJ 2025 (per woning, per jaar) | Termijn |
|---|---|---|
| Lage-energiewoning | €490 | 10 jaar |
| Passiefwoning | €980 | 10 jaar |
| Nulenergiewoning | €1.960 | 10 jaar |
Grensbedrag geldt per woning; mede-eigenaars verdelen proportioneel.
Adoptieprocedure (X.II.P)
Vermindering voor uitgaven in het kader van een adoptieprocedure (gerechts- en gerelateerde kosten). Verminderingstarief en plafond zijn geïndexeerd per AJ — check indextabel.
Diverse inkomsten — afzonderlijk belast
Algemeen
Diverse inkomsten worden afzonderlijk belast aan 30% — opmerkelijk lager dan beroepsinkomsten die aan progressieve tarieven worden belast.
Uitzondering: als je géén beroepsinkomsten hebt en je haalt je inkomen uit diverse inkomsten, wordt dit gelijkgesteld aan beroepsinkomsten (en dus progressief belast). Bv. iemand die enkel via Airbnb verdient.
Onderverhuren & gemeubelde Airbnb
Wanneer je gemeubeld doorverhuurt moet je een stuk roerend inkomen aangeven, maar daar mag je 50% kosten aftrekken.
─────────────
= verschil belast aan 30%
Bevrijdende roerende voorheffing
Soms is het wel nuttig om aan te geven, omdat je het kan terugvorderen.
Verkoop ontbijt bij Airbnb
Afzonderlijk belast aan 33% + gemeentelijke opcentiemes. Maar nog steeds positief: het valt niet bij het gezamenlijk belastbaar inkomen.
Examenvragen: punten 6 en 7 van diverse inkomsten.
Airbnb: je kan niet genieten van de vrijstelling — Airbnb is een platform van de deeleconomie.
Aangifte deel II — Vak XVII (Airbnb-voorbeeld)
- Code 1600 — €2.300 (20 × €115)
- Code 1606 — bewezen kosten of forfait €690 (30%)
Verkoop gronden & gebouwen
Belangrijke examenvraag: divers inkomen bij verkoop van een grond, huis of gebouw met meerwaarde.
Twee moeilijkheden
- Is het belast aan 33% of 16,5%?
- Zelf de meerwaarde berekenen
Spertijd & tarieven
Gronden
- Spertijd: 8 jaar
- Verkoop binnen 5 jaar: 33%
- Tussen 5–8 jaar: 16,5%
- Na 8 jaar: vrijgesteld
Gebouwen
- Spertijd: 5 jaar
- Belast aan 16,5%
- Dit deel hoeven we niet te kennen
Je spreekt van een grond indien het gebouw dat erop staat minder dan 30% uitmaakt van de totale waarde van de grond. Ook: de registratiewaarde is de basis voor berekening indien die hoger is dan de aankoopprijs.
Datum compromis telt! — niet de datum van de akte. Dit is essentieel om verkrijging en vervreemding te bepalen.
Vak 9 — woningfiscaliteit
Wat aangeven bij hypothecaire lening?
Bij een hypothecaire lening voor onroerend goed:
- Kapitaalaflossingen
- Intresten
- SSV — Schuldsaldoverzekering (premie)
Verminderingen worden gegeven op basis van attesten voor deze 3 zaken — concreet de jaarlijkse fiche 281.61 (basisattest + betalingsattest: kapitaalaflossingen & intresten) en fiche 281.62 (premie SSV).
Startvraag bij elke aangifte Vak IX
- Gaat het om een lening voor de eigen woning (= zelf betrokken)?
- Ja → Vak IX I — Gewestelijke voordelen
- Nee → Vak IX II — Federale voordelen
- In welk jaar werd de lening afgesloten? Dat bepaalt de "generatie" en het type voordeel.
Basisvoorwaarden voor élk fiscaal voordeel
- Hypothecaire lening
- Looptijd minstens 10 jaar
- Afgesloten bij financiële instelling in EER
- Doel lening: woning in EER verwerven of behouden
Per type voordeel komen er nog extra voorwaarden bij — vooral het verschil tussen "enige eigen woning" (gen. 1 & 2) en "eigen woning" (geïntegreerde woonbonus).
Toestand anno 2026
Alle nieuwe regelingen vanaf 2025: GEEN fiscaal voordeel meer.
Fiscaal voordeel hangt dus af van het jaar waarin je de lening aanging en de generatie waaronder die valt. Door de 6de Staatshervorming zijn de Gewesten bevoegd voor woonfiscaliteit van de eigen woning; vandaar de splitsing in gewestelijk (Vak IX I) en federaal (Vak IX II).
Vak IX I — Gewestelijke voordelen per generatie (eigen woning)
| Lening afgesloten | Voorwaarde | Korf (vast + 10 j + 3+ ktl) | % | Max voordeel/persoon |
|---|---|---|---|---|
| Vóór 1.1.2005 | Bouwsparen — enige, eigen woning | aftrek tot €2.280 i.f.v. NBI | marg. tarief | variabel |
| 2005 – 2014 woonbonus gen. 1 |
Enige, eigen woning | €2.280 + €760 + €80 | 30–50% | €3.120 × 50% = €1.560 |
| 2015 woonbonus gen. 2 |
Enige, eigen woning | €1.520 + €760 + €80 | 40% | €2.360 × 40% = €944 |
| Vanaf 1.1.2016 geïntegreerde woonbonus |
"Eigen" woning (niet meer "enige") | €1.520 + €760 + €80 | 40% | €2.360 × 40% = €944 |
| Vanaf 1.1.2020 | Vlaamse woonbonus afgeschaft — géén gewestelijk voordeel meer voor eigen woning. Federaal voordeel wel nog voor niet-eigen woning. | |||
Belangrijkste codes uit de aangifte:
- 3370 / 4370 woonbonus generatie 1 (KA + intresten)
- 3334 / 4334 geïntegreerde woonbonus (vanaf 2016)
- x335 premie SSV (zodra de korf x334 vol zit)
Vak IX II — Federale voordelen (niet-eigen woning)
Voor een 2de verblijf, 3de eigendom, … krijg je een "langetermijnsparen"-vermindering:
- 30% belastingvermindering op (kapitaalaflossingen + intresten + premies SSV)
- Maximaal €2.350/persoon in de korf
- Maximaal voordeel: 30% × €2.350 = €705/persoon
Als de korf al volgepompt is door de gewestelijke woonbonus, levert de aftrek voor je 2de woning geen extra voordeel meer op. De fiscus geeft voorrang aan de gewestelijke voordelen.
Bovendien: indien de 2de woning verhuurd wordt, recht op aftrek intresten van het OI (via code x106, geïndexeerd KI × 1,40). Vanaf IJ 2025 afgeschaft.
Berekening voordeel
bv. €2.360 × 40% = €944
Plaats het grootste bedrag bij de partner met het hoogste marginaal tarief — die geniet een groter fiscaal voordeel. De vermindering hangt namelijk af van het marginaal tarief.
Praktische examenpunten
- Je kan niet meer aangeven dan je uitgeeft — overschot mag je nog wel invullen bij SSV
- Bereken het effectieve voordeel in euro's
- Op 1-1-2016 had Cis 3 kinderen ten laste → zelfs als dat in 2025 verandert, je vult 3 kinderen in (peildatum lening)
- Naakte eigendom verworven na het leningsjaar heeft géén invloed op fiscaal voordeel
- Bij verkoop binnen het jaar kan je nog steeds 'enige woning'-voordeel hebben (mits bewijs)
- Premie SSV: je mag beslissen om die niet aan te geven
Feitelijk samenwonen
Niet noodzakelijk op hetzelfde adres wonen. Je wordt beschouwd als alleenstaande en jullie worden alle twee apart belast.
Tweede verblijf
Sowieso enkel federaal — gaat enkel over kapitaalsaflossing. Intresten moesten in 2024 nog wel aangegeven worden, vanaf 2025 niet meer.
Voorbeeldvraag (boek p. 361)
"Wat is het fiscale voordeel voor de woningfiscaliteit? Hoeveel in euro's gaat dat opleveren?"
Voorbeeld berekening:
- Man: €2.280 × marginaal 50% = €1.140
- Vrouw: €1.020 × 40% = €408
- Totaal vermindering = €1.548
Op zoek naar nóg een samenvatting?
Ik heb ook andere vakken uitgewerkt in dezelfde stijl. Klik door om ze te bekijken.
Vragen of suggesties voor een ander vak? Mail info@emieldewaele.com.
Veel succes met het examen, Emiel.
Samenvatting gemaakt op basis van lesopnames-notities · Personenbelasting · HoGent